Denkstijlenonderzoek
Denkstijlenonderzoek: inzicht in hóe een kind denkt
Intelligentie (IQ) zegt iets over het niveau waarop iemand kan denken, maar niet over de manier waarop iemand denkt. En juist dát verschil is essentieel.
Je kunt het vergelijken met een computer:
het IQ vertelt hoe krachtig de computer is, maar zegt niets over het besturingssysteem dat erop draait. Twee computers kunnen even sterk zijn, maar totaal anders werken.
Waarom is dit belangrijk?
In de praktijk zien we dat bij kinderen en jongeren vaak aannames worden gedaan op basis van IQ-scores. Er wordt bijvoorbeeld verwacht dat een kind op een bepaalde manier leert, informatie verwerkt of taken aanpakt.
Maar wat als die aannames niet kloppen?
Dit zien we regelmatig bij kinderen met een IQ boven de 130. Zij krijgen vaak aanpassingen die horen bij hoogbegaafdheid, terwijl hun denkstijl daar niet altijd bij aansluit. Denk bijvoorbeeld aan:
- top-down onderwijs, terwijl het kind bottom-up informatie verwerkt
- meer zelfstandigheid en open opdrachten, terwijl het kind juist baat heeft bij structuur en sturing
- verrijkingswerk dat abstract en complex is, terwijl de informatieverwerking dit (nog) niet ondersteunt
een beroep op flexibiliteit en overzicht, terwijl executieve functies juist kwetsbaar zijn
Wanneer deze aanpak niet aansluit bij de manier van denken van het kind, kan dit leiden tot verwarring, frustratie en een gevoel van falen.
Een aanpak die op papier passend lijkt, blijkt in de praktijk dan niet te werken. Dit kan leiden tot overbelasting en kenmerken van chronische stress. In sommige gevallen kan dit zelfs bijdragen aan het ontstaan van schooltrauma.
Wat brengt een denkstijlenonderzoek in kaart?
Een denkstijlenonderzoek kijkt niet naar hoe slim iemand is, maar naar hoe iemand informatie verwerkt, leert en problemen oplost.
We onderzoeken onder andere:
Centrale coherentie (CC): de manier waarop iemand samenhang ziet en verbanden legt. Kijkt iemand vooral naar details (bottom-up) of juist naar het geheel (top-down)? En hoe makkelijk worden losse informatie-eenheden met elkaar verbonden tot een betekenisvol geheel?
Executieve functies (EF): de regelfuncties van het brein die helpen bij het sturen van gedrag en leren. Denk aan plannen, organiseren, overzicht houden, taakinitiatie, werkgeheugen, emotieregulatie en flexibiliteit. Bijvoorbeeld: hoe begint iemand aan een taak, hoe wordt er omgegaan met veranderingen, en lukt het om stappen in de juiste volgorde uit te voeren?
Theory of Mind (ToM): het vermogen om anderen te begrijpen, maar ook om je situaties voor te stellen. Dit omvat onder andere het inschatten van gedachten, gevoelens en intenties van anderen, maar ook fantasie, voorstellingsvermogen en voorspellend denken: wat zou er kunnen gebeuren in een situatie?
Contextverwerking (contextblindheid): in hoeverre iemand informatie automatisch in de juiste context plaatst. Wordt betekenis gehaald uit de situatie, of wordt informatie meer letterlijk en los van de context geïnterpreteerd?
Visuele en auditieve denkstijlen: of iemand informatie vooral visueel (in beelden) of auditief (via taal en woorden) verwerkt, en wat dit betekent voor leren en begrijpen.
Helpende en ondersteunende mechanismen: manieren die iemand (bewust of onbewust) inzet om informatie te verwerken of zichzelf te sturen, zoals:
bewegen
zelfspraak (hardop of in gedachten tegen jezelf praten)
visualiseren
Van inzicht naar praktische handvatten
Het onderzoek resulteert in een duidelijke conclusie met concreet en toepasbaar advies voor:
- scholen
- ouders
- hulpverlening
Hiermee wordt inzichtelijk wat een kind of jongere nodig heeft om tot leren en ontwikkeling te komen.
Voor wie is dit onderzoek bedoeld?
Denkstijlenonderzoek is met name waardevol voor kinderen en jongeren die vastlopen in het onderwijs, bijvoorbeeld bij:
- langdurige overbelasting of uitval
- onbegrepen leerproblemen
- mismatch tussen capaciteiten en functioneren
Het onderzoek helpt om, na eventuele behandeling, beter te bepalen welke onderwijsplek en ondersteuning wél passend zijn.
Daarnaast kan het denkstijlenonderzoek aanwijzingen geven dat er mogelijk sprake is van vormen van neurodivergentie. Dit biedt richting voor verdere diagnostiek of begeleiding, indien nodig.
Wat levert het onderzoek op?
Verslag
Een uitgebreid verslag met gedetailleerde uitleg over en resultaten van elk onderdeel van de test.
Denkprofiel
Inzicht in het denkprofiel van jouw kind en waar de uitdagingen zitten.
Oplossingen
Oplossingen die je kan gebruiken in de aanpak van je kind.
Investering
10 uur diagnostiek
- Onderzoek: een dagdeel
- Zeer uitgebreid verslag
- Bespreking van het verslag