Hoe tennis helpend kan zijn voor (getraumatiseerde) hoogbegaafde kinderen.

Ik zeg het wel vaker, maar we zijn zo blij dat we “Team Dani” om onze zoon heen hebben. Waar hij vroeger door ervaringen, opgelopen trauma en toxische stress eigenlijk helemaal geen volwassenen vertrouwde, hebben we nu een kring van gouden mensen om hem heen staan waar hij zich veilig bij voelt.

We komen net thuis van de tennisles. Zijn tenniscoach Hans heeft zich o.a. gespecialiseerd in het geven van tennisles aan mensen met een zorgbehoefte en hij heeft ontzettend veel ervaring met hoogbegaafde (ook met trauma) en autistische kinderen en kinderen die dubbel bijzonder zijn. Wat is het als ouders een verademing om te zien dat alles er gewoon mag zijn. Dat iemand niet schrikt als onze zoon door trauma een keer uit zijn raampje schiet, dat iemand om kan gaan met de oplopende frustratie als door asynchrone ontwikkeling onze zoon de bal niet zo raakt als hij in zijn perfectionistische brein had gevisualiseerd. Voor zowel onze zoon als voor ons was het een verademing om eindelijk een keer niet op eieren te lopen, geen excuses te hoeven maken en een sportcoach te hebben die onze zoon echt ziet en – nog leuker – echt oprecht een leuk ventje vindt!

Maar dat is niet de enige reden waarom sporten het verschil maakt voor kinderen als mijn zoon.

Asynchrone ontwikkeling

Asynchrone ontwikkeling een van de primaire kenmerken van hoogbegaafdheid1. Eigenlijk zijn ze qua ontwikkeling van diverse aspecten een combinatie van meerdere leeftijden in één persoon. Onze zoon heeft dit ook. Hoewel hij cognitief voorloopt op leeftijdsgenoten, loopt hij qua motoriek erg achter. Hierdoor worden dingen die voor zijn klasgenoten juist makkelijk zijn, zoals schrijven of het mikken van een bal, voor hem juist een enorme uitdaging, wat enorme frustraties met zich meebrengt.

Om zijn motoriek verder te ontwikkelen, is het dus zaak om goed te oefenen. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Veel hoogbegaafde kinderen hebben last van perfectionisme en faalangst. Dat is niet heel erg gek, want ze zijn eigenlijk al reeds vanaf het moment dat ze een baby zijn gewend dat alles in een keer gaat en ze niet heel veel moeite hoeven te doen voor dingen. Waar een baby normaal gesproken er 7 tot 10 keer over doet om een speeltje onder de jungle gym te raken, lukt dit een hoogbegaafd kind vaak in 1 of 2 keer, doordat hij de situatie analyseert en een plan maakt en uitvoert. Als het dan ineens niet allemaal in 1 keer gaat is dat op zijn zachts gezegd frustrerend.

Het is dus essentieel dat onze kinderen dit leren oefenen in een omgeving waarin ze zich veilig voelen en waar frustratie er mag zijn als het niet gaat zoals bedoelt. Indien dit namelijk niet het geval is, zal het kind stoppen  met proberen en zal het zich dus ook niet verder ontwikkelen.

Trauma-verwerking

Door het trauma dat mijn zoon had ontwikkeld, bracht hij veel te veel tijd door in een hyper-arousal-modus: iemands lichaam schiet dan plotseling in een stand van hoge alertheid, omdat iets ze bewust of onbewust herinnert aan een traumatische gebeurtenis. Bij het minste of geringste schoot hij uit de optimale zone door naar boven (zie afbeelding Window of Tolerance). Op deze momenten nam zijn reptielenbrein letterlijk zijn ‘zijn’ over en stond hij puur in een overlevingsstand. Zijn hele lichaam werd in een fight-modus gezet en op dat moment werd het rood voor zijn ogen en stond voor hem alles in het teken van overleven. Het contact met de buitenwereld werd troebel en zeker mensen die hierdoor in paniek raakten, konden op geen enkele wijze meer contact met hem maken. Onderscheid tussen volwassenen en kinderen was er op dat moment niet meer. Hij viel letterlijk iedereen aan die op zijn pad kwam – en dat kon meerdere keren per dag gebeuren.

Window of tolerance

Afbeelding: Window of tolerance2 

Doordat zijn ‘raampje’ zo klein was geworden, voelde hij de trauma-reactie ook bijna niet meer aankomen. Het overviel hem als het ware. Hij moest dus een manier vinden om de reactie van zijn lichaam op prikkels te leren herkennen. Dit is voor veel hoogbegaafden niet zo makkelijk, omdat ze gewend zijn te leven vanuit hun hoofd. Hun brein was altijd hun veilige haven geweest en eigenlijk konden ze alle problemen vanuit hun denkkracht oplossen. Tot je een trauma oploopt… Dan werkt dat ineens niet meer.

Wat er op dat moment belangrijk wordt, is het maken van een connectie tussen het hoofd en het lijf. Een kind zal moeten leren herkennen wanneer prikkels die angst, frustratie of verdriet kunnen veroorzaken binnen komen vóór het uit zijn raampje schiet. Het zal dus de reactie moeten leren herkennen die zijn lichaam geeft, denk aan een sneller kloppend hart, bloed wat naar je hoofd stroomt of klamme handjes. Dit kan hij niet doen in een omgeving die gerelateerd is aan het trauma. Hij schiet dan immers al weer uit zijn raampje voor het oefenen is begonnen. Nee, dit moet gebeuren in een veilige omgeving en het liefst met een activiteit waar hij plezier in heeft. In het geval van onze zoon: tennis!

Doordat hij tijdens deze tennislessen de signalen leert te herkennen en hij hier steeds beter op kan sturen en invloed op uit kan oefenen, gaat het ook steeds beter in een omgeving die voor hem wel onveilig voelt: het klaslokaal.  Tennis is als het ware een manier om zijn kleine raampje weer op te rekken tot een flinke glaspartij.

Psychomotorische onrust

Daarnaast is de tennis ook een goede uitlaatklep voor psychomotorische onrust. Veel hoogbegaafde kinderen zijn heel gevoelig voor bepaalde prikkels en een van deze (over)gevoeligheden noemen we psychomotorische overexcitability3 . Het woord ‘psychomotorisch’ is eigenlijk een samenstelling van twee Griekse woorden. Het woord psycho duidt aan dat de oorsprong in het brein ligt en motor staat voor bewegen. Dus psychomotorische intensiteit betekent dat je lichaam en hersenen bedraad zijn om te bewegen – de energie van de activiteit van de hersenen komt er als het ware lichamelijk uit.

Een kind móet echt een manier hebben om deze energie eruit te laten, anders loopt het emmertje snel over. Dit is niet altijd even handig in een klaslokaal, maar de tennisbaan is hier de perfecte omgeving voor.

De tenniscoach van mijn zoon geeft hem hier op een geweldige manier de ruimte voor. Als hij een dag op school heeft gehad waardoor er in zijn hoofd ontzettend veel onrust is ontstaan, dan mag hij deze onrust er letterlijk uitslaan. Het maakt niet uit hoe vaak of hoe hard, de bal mag lekker in het hek geknald worden tot de onrust is verdwenen. Misschien geen gebruikelijke tennisles, maar voor hoogbegaafde kinderen met psychomotorische intensiteit is dit nuttig en geweldig. Er komt weer ruimte in het koppie en meer rust in het lijf, waardoor hij beter in zijn vel zit en minder last heeft van lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn of gespannen spieren.

Leren omgaan met fouten

Het laatste puntje hebben jullie al tussen de regels door kunnen lezen, maar ik wil het toch nog even specifiek noemen. De tennisbaan is de perfecte omgeving om te leren omgaan met fouten. Op school is fouten maken echt een dingetje. Onze zoon heeft eigenlijk nooit leren leren.  Doordat veel dingen eigenlijk vanzelf gingen legt hij de lat heel hoog voor zichzelf. Hij wil alles kunnen en fouten maken is eigenlijk taboe.

We zijn al een hele stap verder, want tegenwoordig wordt een fout antwoord alleen nog maar doorgekrast. Vroeger vlogen de pennen door de kamer en moest de fout niet alleen verdwijnen – hij moest vernietigd worden! Er werden letterlijk gaten in werkboeken geprikt, zodat de fout én de opgave niet meer bestonden! Want wat niet bestaat… kun je ook niet fout hebben gedaan!

Op de tennisbaan worden ook fouten gemaakt (door zijn asynchrone ontwikkeling is onze zoon niet echt een Krajicek. Dat hoeft ook niet, als hij maar plezier heeft en mooie stappen maakt in zijn ontwikkeling), maar omdat hij de tennisles zelf leuk en fijn vindt, is dit dé omgeving om door te zetten. Ballen die fout gaan kunnen verdwijnen in de foute ballen bak en hij leert zichzelf na een fout steeds sneller weer bij elkaar te rapen. Een proces dat start op de tennisbaan, maar waar hij ook in het klaslokaal de vruchten van plukt!

Hans, dankjewel! Fijn om je in Team Dani te hebben!

  1. Silverman, L.K. (1997). The Construct of Asynchronous Development. Peabody Journal of Education, 72 (3&4) (p. 36-58)
  2. Siegel, D.J. (2020). The Developing Mind, Third Edition: How Relationships and the Brain Interact to Shape Who We Are. New York City: Guilford Publications
  3. Dabrowski, Kazimierz  (2017). Positive Disintegration. Anna Maria, FL: Maurice Bassett.